Wat blijft van Nietzsches Zarathustra?

Also_sprach_Zarathustra

 

Zarathustra leefde meer dan drieduizend jaar geleden. Ann Van Sevenant schreef een boek over hem. Eric Bolle heeft het gelezen en stelt zichzelf de vraag hoe haar boek zich verhoudt tot Nietzsches Also sprach Zarathustra. Wat kunnen wij van beide boeken leren?

 

Wat blijft van Nietzsches Zarathustra? Blijft er eigenlijk nog wel iets over van dit boek? Wordt het nog gelezen en is het nog van betekenis voor mensen die nadenken over wat voor hen belangrijk is en naar welke waarden ze zich willen richten?

 

De tijd dat dit boek populair was en door iedereen werd gelezen ligt ver achter ons. Het is voor ons nog nauwelijks voorstelbaar dat Paul Celan van zijn klasgenoten de bijnaam Übermensch kreeg omdat hij dit boek zo vereerde (1), dat het oudst bekende document van Franz Kafka een bijdrage is aan het poëziealbum van zijn eerste vriendinnetje, Selma Robitscheck, die hij uit Nietzsches Zarathustra voorlas (2), en dat dit boek een soortgelijke rol heeft gespeeld in het leven van Robert Musil (3).

 

Nietzsche speelt zo niet de hoofdrol, dan toch wel een voorname rol bij veel Duitse schrijvers. Sommigen zoals Gottfried Benn zijn er duidelijk over dat zij alles aan Nietzsche te danken hebben, bij anderen speelt de receptie van Nietzsche meer een rol op de achtergrond, maar steeds is hij in de Duitse literatuur van de twintigste eeuw op de één of andere manier aanwezig (4). Dat alles lijkt nu voorbij, niet alleen in de Duitse literatuur, maar in de Europese cultuur in het algemeen (5). Hoe komt dat, en is dat terecht?

 

Om die vraag te beantwoorden wil ik hier de volgende drie dingen doen:

 

1.

Aanstippen wat er in Nietzsches Zarathustra staat voor zover het volgens mij nog actueel en de moeite waard is.

 

2.

Laten zien wat Cioran onder posthistoire verstaat en waarom het verlaten van de geschiedenis de doodsklap voor Nietzsches Zarathustra betekent.

 

3.

Kort samenvatten wat Ann Van Sevenant over de historische Zarathustra zegt, wat dat betekent voor Nietzsches Zarathustra, en hoe zij met haar boek ons bij kan staan in onze spirituele ontwikkeling.

 

Zarathustras diagnose: de laatste mens

 

Nietzsche houdt zijn tijdgenoten, maar naar mijn mening niet alleen zijn tijdgenoten maar ook ons, een spiegel voor wanneer hij hen betitelt als de laatste mens. Wij zijn de laatste mensen. Wij hebben het geluk uitgevonden en zijn erin geslaagd volmaakt gelukkig te worden. Wij leven in steeds warmere streken, mediterraniseren onze levensstijl, gaan slim met elkaar om, gaan conflicten uit de weg, zijn niet bang ons te drogeren of om euthanasie te plegen, zien werk als een soort amusement, zijn niet meer arm of rijk, en hebben geen zin meer in bevelen geven of gehoorzamen. Wij zijn een kudde zonder herder, zijn allemaal gelijk, en de enkeling die een andere mening is toegedaan, gaat vrijwillig naar het gekkenhuis (6).

 

Ik denk dat maar weinig mensen het oneens zijn met Nietzsches diagnose en dat de meeste mensen het eens zijn met deze kenschets. Men herkent zichzelf en elkaar in deze woorden. De meningen gaan pas uiteenlopen wanneer men zich afvraagt wat men hiervan moet denken. Kritiekloos instemmen is wel erg zelfvoldaan. Ertegen in gaan betekent vechten tegen windmolens. En het lijkt wel alsof er geen tussenweg is.

 

Zarathustras therapie 1: de Übermensch

 

Nietzsche ervaart de laatste mens als ziekte. Wij roepen alleen maar walging bij hem op. Hoewel hij heel goed ziet dat de laatste mens het langste leeft, wil hij toch van hem af. Hij wil nieuwe mogelijkheden ontdekken. De laatste mens wil dat niet, die wil alleen maar doorgaan op de ingeslagen weg die hem geluk heeft gebracht. Maar geluk, dat is niet het hoogste doel dat Nietzsche nastreeft, hij wil de Übermensch. Lastig is echter dat Nietzsche niet of nauwelijks uitlegt wie dat is of wat hij daaronder verstaat. In ieder geval gaat het om een taak binnen de geschiedenis om het tot stand brengen van een gebeurtenis met vergaande historische strekking. Als wij de Übermensch willen, moeten wij niet alleen beter, maar ook anders gaan presteren. Wij moeten zoals geniale kunstenaars leren werken tot stand te brengen die verder gaan dan wij zelf, wij moeten onze kinderen aansporen ons te overtreffen en verder te gaan dan wij. Wij moeten leren dat met het oog op toekomstige generaties geen zee te hoog is en bereid zijn onszelf weg te schenken en op te offeren.

 

Om dit te kunnen bereiken moeten wij twee dingen leren. Ten eerste afscheid nemen van het ressentiment, ophouden ons te spiegelen aan anderen, op hen jaloers te zijn, stiekem wraak te willen nemen of hen hun succes te misgunnen. Maar niet alleen op sociaal vlak moeten wij het ressentiment afzweren, ook op metafysisch terrein moeten wij beter ons best gaan doen. Wij moeten ons niet bij het verleden neerleggen en zeggen: zo was het nu eenmaal. Wij moeten leren uit het “Zo was het” een “Zo wilde ik het” te maken (179). De tijd keert eeuwig terug, alles herhaalt zich,  dat betekent echter niet bij de pakken neerzitten, maar de slang de kop afbijten (201-202) en de eeuwige terugkeer transformeren tot de imperatief: Handel altijd zo dat je de eeuwige terugkeer wilt van wat je doet (274-277). (7)

 

Ik weet niet of dit voor iedereen een interessant voorstel is. Het gaat om concrete dingen en het zijn spirituele oefeningen die je jezelf kunt leren, dat wel. Maar leidt het werkelijk tot de Übermensch en is het interessant genoeg om te kunnen concurreren met het geluk van de laatste mens? Wie wil er eigenlijk Übermensch worden en waarom?

 

Ciorans posthistoire

 

Nietzsches theorie van de laatste mens is de locus classicus van de posthistoire. Wij leven niet meer in de geschiedenis, maar vermijden alles wat ons in het verleden groot heeft gemaakt. Wij willen geen grote gebeurtenissen en grote verhalen meer. Helden liggen op het kerkhof en er is niets meer dat het rechtvaardigt je eigen leven (of zelfs maar je carrière) tot inzet te maken of in de waagschaal te leggen. De geschiedenis heeft ons alleen maar onderdrukking, uitbuiting, dood en verderf gebracht. Het is goed dat zij nu voorbij is.

 

Wanneer Zarathustra nu met de Übermensch komt, lijkt het wel alsof hij ons terug in de geschiedenis wil drukken en ons opnieuw in een conflictrijk milieu drukt waar wij beter buiten kunnen blijven. De grote denker van de posthistoire, Cioran, distantieert zich dan ook uitdrukkelijk van Nietzsche en van het project van de Übermensch, terwijl hij tegelijkertijd het leerstuk van de laatste mens volledig of bijna volledig onderschrijft. Cioran vindt Zarathustra naïef en puberaal, een wereldvreemde kluizenaar die niets van mensen begrijpt, een mislukte beeldenstormer met visioenen waarin de ene afgod alleen maar wordt vervangen door de andere afgod. (8)

 

Het project Übermensch heeft volgens Cioran geen schijn van kans omdat de mens als mens al is mislukt. Nietzsches inzet op de wil maakt alles alleen maar erger. Nog meer ambitie schiet aan het enige doel voorbij, dat er volgens Cioran is: in leven blijven. Je moet niet meer willen dan nodig is om er te zijn. Wij willen nu al veel meer dan goed voor ons is, het gaat er juist om minder te willen. De Übermensch zou alles alleen maar erger maken (1157-1158).

 

Dat de geschiedenis voorbij is, dat er geen nieuwe uitdagingen op ons liggen te wachten, dat er geen grote gebeurtenissen in het verschiet liggen, – dat is nu juist het mooie van de posthistoire. De mens van na de geschiedenis (wij dus) is een vacant wezen dat op zoek is het tijdloze opnieuw te ontdekken en zich daarmee te weer stelt tegen alles wat de geschiedenis hem nog opdringt of zou willen proberen op te dringen (1432).

 

Anders dan Nietzsches Zarathustra beweert gaat het niet om het jezelf overtreffen en het scheppen van werken, maar luidt de spirituele opdracht uit de eigen dieptes te putten, helemaal jezelf zijn en vooral niet jezelf te realiseren of tot uitdrukking te brengen (1432).

 

Cioran kan zich vinden in Nietzsches diagnose van de laatste mens. Ook hij vindt dat wij aan dat signalement voldoen. Natuurlijk ergert ook Cioran zich aan de zelfvoldaanheid van veel mensen en twijfelt hij of geluk het hoogste doel moet zijn, maar hij is het niet met Nietzsche eens dat de mens moet worden overwonnen. Eerder moet de laatste mens zichzelf beter leren kennen, zijn inertie en stagnatie beter leren waarderen, en vooral dieper in zichzelf leren afdalen om de bronnen te ontdekken die hem verder leren kijken dan de geschiedenis met haar gewelddadige gebeurtenissen en haar dodelijke intriges. Dat is moeilijk, Cioran weet het, – het is zelfs heel moeilijk, maar het is de enige opgave die op ons wacht en zij is van door en door spirituele aard.

 

Zarathustras therapie 2: azuren stolp

 

Ik ben het met Cioran eens dat de Übermensch een nieuwe historische taak is waar wij beter afstand van kunnen nemen. Maar in Nietzsches Zarathustra is wel degelijk ook sprake van een transhistorische spirituele opgave. Ik bedoel de passage waarin hij zegt dat wij moeten ophouden met bidden en moeten beginnen met zegenen.

 

Zegenen betekent de dingen plaatsen onder een azuren stolp, ze laten verschijnen in een  licht dat ze ervan bevrijdt middel tot een doel te zijn. De dingen zichzelf laten zijn, ze niet langer onderwerpen aan een theorie of ze beoordelen op hun nut, maar ze accepteren in hun onschuld en toevalligheid. Wie afziet van het doel, ziet af van het project de dingen in de hand te houden en te beheersen, en stelt zich niet een historische maar een metafysische taak: het herstel van de adel van de wereld (209).

 

Deze passage is volgens mij ten diepste verwant aan de nihilisme-thematiek. Wanneer de laatste mens zichzelf niet langer kan rechtvaardigen omdat er geen hoogste waarden meer zijn op grond waarvan hij zijn daden kan beoordelen, wanneer hij niet langer weet waar hij aan toe is omdat alles net zo goed anders had kunnen zijn en er geen richtinggevende gedachten meer zijn, dan wordt het tijd te beseffen dat in het niets van het nihilisme niet alleen angst en onzekerheid schuil kunnen gaan, maar ook iets zit dat ons ten diepste vertrouwd is en waarmee wij moeten proberen beter contact te krijgen. Naar mijn mening zou Cioran het hier zeker mee eens zijn. Zegt hij immers niet zelf dat hij de ziel van de leegte wil zijn, het hart van het niets: “Être l’âme du vide et le coeur du néant!”(571)

 

Ik denk dat ik nu kort heb uiteengezet wat blijft aan Nietzsche Zarathustra en op een punt ben aanbeland waarop de beschouwing van het boek van Ann Van Sevenant over de historische Zarathustra ons verder kan helpen.

 

De nieuwe kosmische orde van Ann Van Sevenant

 

Zoals Heidegger met hulp van Hölderlin probeert een andere aanvang voor het denken op te sporen in de periode die nog voor de voorsocratici ligt (9), zo probeert Van Sevenant met behulp van Nietzsche de oorspronkelijke figuur van Zarathustra Spitama opnieuw in beeld te brengen. Zarathustra is de oudst overleverde naam van een denker, daarom heeft Nietzsche zijn oog op hem laten vallen. Van Sevenant kijkt anders dan Nietzsche nauwgezet naar wat Spitama zelf heeft gezegd en probeert voorbij de traditie opnieuw bij hem aan te knopen. Haar boek is geschiedschrijving voor zover het laat zien hoe men Zarathustra tot nu toe heeft begrepen of misverstaan, maar het is ook een transhistorisch geschrift, een boek voor de posthistoire. De geschiedenis krijgt niet het laatste woord want Van Sevenant grijpt over meer dan drieduizend jaar terug en knoopt voorbij de geschiedenis weer opnieuw en in alle frisheid bij Spitama aan, en laat zien wat men tot nu aan hem onvoldoende heeft gezien en heeft laten liggen. Zoroaster wordt gepresenteerd als een andere aanvang.

 

Voor Van Sevenant is Zarathustra Spitama de figuur bij wie filosofie, religie en spiritualiteit nog één geheel vormen. Zijn denken is het format van een universele religie waarin het er op basis van zelfonderzoek op aankomt jezelf te zien als deel van de kosmos en daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Anders dan Nietzsche dacht (en ik zelf nog op school heb geleerd) is hij geen manicheïst voor wie de wereld bestaat uit de strijd tussen goed en kwaad, maar hangt hij een twee-tendentiesleer aan waarbij goed en kwaad twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het gaat meer om twee principes zoals Eros en Thanatos, zoals opbouwen en afbreken, die met elkaar in evenwicht horen te zijn.

 

Het zelfonderzoek dient om dit evenwicht tot stand te brengen en zo te zorgen voor harmonieuze omstandigheden waarin mensen en dingen tot bloei kunnen komen. Concreet luidt de opgave vijf keer per dag na te gaan en te peilen of je denken, je spreken en je handelen met elkaar overeenstemmen (10). Je moet werkelijk aan jezelf werken en aan jezelf willen werken. Aan jezelf werken betekent keuzes maken. En als er al iets slechts is in de ogen van Zarathustra, dan is het keuzes uit de weg gaan en geen gebruik maken van je vrijheid. De strijd gaat niet tussen goed en kwaad, maar tussen kiezen en niet-kiezen.

 

Door keuzes te maken bestrijdt je moeheid en apathie, zorg je voor voortdurende revitalisering van de mens en van de kosmische energieën. Het gaat erom je individuele bestaan een plaats te geven in de kosmische dynamiek en zo zorg te dragen voor het telkens vernieuwen van de kosmische orde (163). (11)

 

Het is Nietzsches verdienste geweest opnieuw de aandacht te hebben gevestigd op Zarathustra, alleen anders dan Spitama is Nietzsche volgens Van Sevenant te veel op afstand, te geremd om zich met andere mensen te kunnen engageren (316), heeft hij onvoldoende oog voor de ander, en zet hij in op absolute eenzaamheid in de hoop ooit later begrepen te worden(319). Anders dan de historische Zarathustra kent Nietzsches Zarathustra geen solidariteit.

 

Nietzsche verwacht niets van de laatste mens, maar volgens Van Sevenant zijn er helemaal geen andere mensen en is er geen ander adressaat voor het denken mogelijk (17). Zij begrijpt heel goed wat Nietzsche met de Übermensch wilde (178 en 366), maar ziet geen uitzicht op een dergelijke transformatie. Dat neemt niet weg dat Nietzsches Zarathustra een nieuwe impuls heeft gegeven het lot in eigen hand te nemen en te werken aan een nieuwe kosmische orde, zij het dat wij dat moeten doen met meer engagement dan hij heeft gedaan (179).

 

Wat blijft van Nietzsches Zarathustra?

 

Wat blijft van Nietzsches Zarathustra? Allereerst de figuur zelf als een vorm van Nieuwe Mythologie die een antwoord geeft op het nihilisme, de waardenleegte of de legitimatiecrisis (12). Dan Zarathustra’s diagnose van de laatste mens waarin wij gemakkelijk ons zelf en onze tijd herkennen. Het project van de Übermensch wijs ik samen met Cioran af omdat het ons terugdwingt in de geschiedenis waar wij koste wat het kost zoveel mogelijk buiten moeten zien te blijven. Maar de spirituele oefeningen die Nietzsches Zarathustra aanbeveelt zijn zeer geschikt voor de posthistoire. Het gaat om het bestrijden van het ressentiment, het mediteren over de eeuwige terugkeer en om zegenen in plaats van bidden (de azuren stolp). Al met al blijft toch nog wel één en ander van Nietzsche over, zijn filosofie houdt stand.

 

Bovendien is Zarathustra actueel voor Van Sevenant. Zij vindt dat een nieuwe kosmische orde alleen maar tot stand kan worden gebracht door een type spiritualiteit waarin de mens zich ervan bewust is dat hij altijd al deel uitmaakt van een groter geheel en daarnaar moet handelen. Ondanks haar kritiek op Nietzsches gebrek aan solidariteit en engagement erkent zij dat zowel de historische als Nietzsches Zarathustra vinden dat wij keuzes moeten maken en dat het verkeerd is die keuzes uit te stellen of uit de weg te gaan. Processen van regeneratie en revitalisering zijn zonder Zarathustra moeilijk voor te stellen.

 

Het gaat niet om een historische opgave maar om een kosmische. Het gaat niet om geschiedenis, maar om de aarde als planeet. Ann van Sevenant wordt niet moe met Zarathustra te herhalen dat wij de aarde trouw moeten blijven: “Het beste toevluchtsoord is een aarde die het leven vernieuwt.” (“Le meilleur refuge est une terre qui renouvelle la vie.” (35, 85, 97, 331)) De aarde trouw blijven, dat is wat blijft van Nietzsches Zarathustra.

 

Noten

 

1.

Israel Chalfen: Paul Celan. Eine Biographie seiner Jugend, Frankfurt a.M. 1983, 76.

 

2.

Franz Kafka: Briefe 1902-1924, Frankfurt a.M. 1958, 9 en 495-496, en Reiner Stach: Kafka. Die frühen Jahre, Frankfurt a.M. 218-219.

 

3.

Karl Corino: Robert Musil. Eine Biographie, Reinbek bei Hamburg 2003, 160-164 (Valerie Hilpert en de andere toestand).

 

4.

Vgl. het beknopte overzicht van dé expert op dit gebied, Bruno Hillebrand, in Henning Ottmann (red.): Nietzsche – Handbuch, Leben – Werk – Wirkung, Stuttgart & Weimar 2011, 444-466.

 

5.

De enige uitzondering lijkt mij de roman van Juli Zeh: Spieltrieb, München 2004, dat een visie op het alledaagse schoolleven geeft en waarin door één van de hoofdpersonen een poging wordt gedaan Nietzsche in radicaliteit te overtreffen. Een jonge generatie betitelt hier zichzelf als achterkleinkinderen van het nihilisme.

 

6.

Friedrich Nietzsche: Sämtliche Werke. Kritische Studienausgabe, bezorgd door Giorgio Colli & Mazzino Montinari, München, Berlijn & New York 1980, 15 delen, deel 4: Also sprach Zarathustra,19-20.

 

7.

Ik volg hier de interpretatie van Gilles Deleuze: Nietzsche et la philosophie, Parijs 1962, 77.

 

8.

Cioran: Oeuvres, bezorgd door Yves Peyré, Parijs 1995, 1323. Het tijdschrift Filosofie bereidt een special over Cioran voor met bijdragen van Quinten Weeterings, Rico Sneller, Ann Van Sevenant, Ger Leppers, Ger Groot en Eric Bolle.

 

9.

Eric Bolle: Hölderlin & Heidegger. Een andere aanvang voor de filosofie, Brussel 2016.

 

10.

Ann Van Sevenant: Ainsi parlait Zarathustra. Une philosophie avant la lettre, Parijs 2017, 166. Zie ook het interview met Ann Van Sevenant door Judith Wambacq: Mazdafilie en filosofie, in Streven, juli-augustus 2018, 367-378.

 

11.

Ik weet niet of Ann Van Sevenant het met me eens zou zijn, maar ik zie in Vor Sonnen-Aufgang uit de Also sprach Zarathustra van Laibach een mooie referentie naar deze nieuwe kosmische orde.

 

12.

Manfred Frank: Gott im Exil. Vorlesungen über die Neue Mythologie, Frankfurt a.M. 1988, 22-23. Manfred Frank heeft op voorbeeldige wijze de Duitse literatuur en filosofie sinds 1800 in onderlinge samenhang in kaart gebracht zoals zij oscilleert tussen het nihilisme, de waardenleegte en de legitimatiecrisis enerzijds en anderzijds de Nieuwe Mythologie als poging de waardencrisis te boven te komen. Nietzsches Zarathustra is als verkondiger van Dionysos een figuur uit de Nieuwe Mythologie.

 

Eric Bolle is filosoof en leraar Duits in het voortgezet onderwijs. Dit is de tekst van zijn lezing op vrijdag 7 december 2018 om 13.00, Werkgroep Filosofie & Spiritualiteit, Universiteit Leiden, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden. Meer info hier.

Advertenties