Schelling & Spiral Dynamics

De verrukkingen van de filosoof

Schelling (1775-1854) is een wat vergeten filosoof. Dat is ten onrechte.  Schelling is echt belangrijk. Hij speelt samen met Fichte en Hegel een hoofdrol in de filosofie van het Duitse Idealisme, en heeft als tijdgenoot van Goethe, Schiller en Hölderlin die hij allen persoonlijk heeft gekend een belangrijke bijdrage geleverd aan wat wij nu beschouwen als het klassieke humanistische denken in Duitsland van rond 1800. Dit denken gaat helemaal over menselijke vrijheid. Schelling is dan ook vooral belangrijk vanwege zijn boek over vrijheid uit 1809. Wat daar in staat mag niet buiten beschouwing worden gelaten op een Dag van de Filosofie, gewijd aan dat thema. Bovendien was het verleden jaar precies tweehonderd jaar geleden dat het verscheen. Wij hebben dus ook iets te gedenken.

De reden waarom Schelling mij zo fascineert is dat hij helemaal uitgaat van het absolute.  De wereld is één groot geheel, één grote samenhang. Alles is met elkaar verbonden en doorgloeit door één enkele vlam die maakt dat alles innig is en bij elkaar hoort. Dit versmelten met de wereld, dit gevoel   dat alles een spiegel  is van jezelf, van elkaar en van de natuur is zowel de hoogste daad van reflectie als de zuiverste verrukking van eenwording met de natuur. Schelling legt nergens uit hoe hij tot dit inzicht en tot deze extase komt. Het is er gewoon en het dient als verder niet uitgelegd vertrekpunt voor al zijn beschouwingen. Voor Schelling is niet alleen het ik alles, maar alles ook ik. Niet alleen de mens, ook de natuur is bezield. Anders dan de wijsgerige traditie voor hem die in de natuur niet meer zag dan een vervalsverschijning van de idee, is de idee voor Schelling ook in de natuur aan het werk. Het is aan de mens de natuur te bevrijden en de materie  op hetzelfde niveau te brengen als  de geest. Trefwoord voor Schellings holisme is vergeestelijking; zijn methode intuïtie, of met een woord uit die tijd: intellectuele aanschouwing.

De persoonlijkheid dient gevormd te worden tot drager van die intellectuele aanschouwing, tot ziener van de totaliteit en tot stadhouder over het geheel van de schepping. Precies deze opgave zien wij terug wanneer wij ons nu afvragen voor welke taak de mens nu staat ten opzichte van de natuur en wij proberen met behulp van het denken over duurzaamheid verantwoordelijkheid te nemen voor de gehele wereld.  Ons verbinden met het gehele leefsysteem, dat was Schellings intentie en de kern van zijn werkzaamheid als filosoof.  Dat het hier niet om gemoraliseer gaat maar juist om levensvreugde maakt Schellings filosofie zo aantrekkelijk:  “De mens verjongt zich altijd weer opnieuw en wordt opnieuw gelukkig door het eenheidsgevoel van zijn wezen. Niet alleen de dichter ook de filosoof heeft zijn verrukkingen. “  (1)

Bildung

De universiteit is een organisatie die vrijwel iedereen kent.  De universiteit zou bij de vorming van de persoonlijkheid een belangrijke rol moeten spelen. Daarom neem ik de universiteit als voorbeeld. Ik knoop aan bij de meest gehoorde kritiek op het universitaire bestel, namelijk dat het onvoldoende persoonlijke aandacht aan studenten geeft en dat zij de algemene vorming heeft verwaarloosd. Bildung  is achter de horizon verdwenen. Schelling kan ons helpen de rode draad terug te vinden en Bildung weer op de agenda te zetten. Want het is de vorming die leidt tot de verantwoordelijkheid voor de wereld en de verrukking met haar samen te vallen.

Universiteiten zijn zich zoals zoveel organisaties op marktgericht technocratisch management  gaan oriënteren.  Men concurreert met elkaar om mensen en middelen en moet kunnen aantonen dat men beter presteert dan anderen.  Alles draait om succes en om presteren om de beste te zijn.  Daar is niets mis mee.  Het gevaar dreigt echter dat men  verstrikt raakt in een  klemmend bureaucratisch controlesysteem en dat de vitaliteit en spontaniteit van de universitaire  leefwereld als onderwijs- en onderzoeksgemeenschap onder druk komen te staan. Het zou jammer zijn als bijvoorbeeld visitaties en accreditaties  alleen maar worden opgevat als middelen de universiteit te disciplineren in plaats van haar kansen te bieden de wetenschap vooruit te helpen en de maatschappij te dienen.

Wanneer wij met Schelling aan de slag gaan en bijvoorbeeld zijn Vorlesungen über die Methode des akademischen Studiums (1803) ter hand nemen, kan men de universiteit  leefbaar houden door zijn fundamentele en radicale herbezinning op taak en opgave van de universiteit.  Schelling is heel goed te gebruiken bij de strategieontwikkeling van het hoger onderwijs. Universiteiten worden aantrekkelijker voor studenten en docenten als zij weten dat het niet alleen om de wetenschap en de vermarkting daarvan gaat maar ook om aandacht voor mensen in hun ontwikkeling en persoonlijke groei naar vrijheid en leiderschap. Wanneer men deze gedachte een plaats geeft in het curriculum  neemt men niet alleen de kritiek op de universiteit de wind uit de zeilen maar kan men hiermee gaan werven en aan aantrekkingskracht winnen.

Waardengedreven leiderschap

Laten wij eens kijken hoe wij nu over leiderschap en vrijheid denken en daartoe de blik wenden naar Spiral Dynamics, een krachtige managementtool om samenlevingen en organisaties te begrijpen en inzichtelijk te maken hoe veranderingen zich ontvouwen. Daarna kijken wij wat Schelling ons over hetzelfde onderwerp kan leren en hoe wij dat kunnen toepassen wanneer wij willen leren verantwoordelijkheid te nemen voor het gehele leefsysteem.

Een leider is iemand die iets begrijpt van de toekomst, daar een visie op heeft, anderen  van zijn visie overtuigt en mensen meekrijgt die visie in daden om te zetten. Een waardengedreven leider onderscheidt zich bovendien door zijn vermogen mogelijkheden te zien en in te schatten op hun realiseerbaarheid, het vermogen duidelijkheid te verschaffen over de te realiseren doelstellingen, de steun die hij zijn collega’s geeft bij het realiseren van die doelstellingen, de congruentie tussen zijn gedrag en de waarden die hij huldigt, en zijn bereidheid verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen aandeel wanneer de dingen onverhoopt anders  lopen dan hij verwacht. Maar bovenal is de waardengedreven leider de man of vrouw “die zich bewust is van zijn persoonlijke missie, waarden en overtuigingen, en die deze persoonlijke missie, waarden en overtuigingen heeft weten te verbinden met de missie van zijn organisatie. In plaats van eigen belang, verdeel en heers en controle werkt hij vanuit dienstbaarheid, verantwoordelijkheid en partnerschap.” (2)

Er is niets dat het praktische gedrag van mensen zo sterk beïnvloed als de theoretische opvattingen van waaruit zij de wereld bekijken. Spiral Dynamics laat zien hoe dat werkt.  Waarden zijn innerlijke drijfveren van waaruit mensen reageren op wat het leven van hen verwacht onder voorwaarden die zij aantreffen. Voorwaarden heten niet voor niets voor-waarden, want het zijn de omstandigheden en de situaties die vóór de waarden komen. Doorslaggevend is de inschatting van de omgeving. Men kan acht waarden onderscheiden die stroken met acht omstandigheden waarin het woord vrijheid telkens iets anders betekent. Van laag naar hoog, van eenvoudig naar complex: overleving, geborgenheid, macht, orde, succes, gemeenschap, synergie en holisme.

Overleving. Overleven om iedere prijs. Jij of ik. Oorlogen en rampen. Instinctmatig handelen in geval van levensgevaar. Lijfsbehoud.  Individuele vrijheid zich om iedere prijs door te zetten (kleur beige).

Geborgenheid. Erbij willen horen. Angst om uit de groep te vallen. Zoeken naar veiligheid. Boze buitenwereld. Wij-gevoel, gezelligheid. Gevaar van verstikking. Enige vrijheid voor het individu: zich wel of niet aanpassen. De collectieve vrijheid gaat voor en uit zich bijvoorbeeld in het rivaliseren van stammen.

Macht. Ik ben de baas. Jij moet doen wat ik zeg. Je eigen plek veroveren en verdedigen. Concurrentie en rivaliteit. Energie en humor. Gevaar van machtsmisbruik. De vrijheid van één enkel individu is groter dan van een heel volk, de farao is bijvoorbeeld machtiger dan het gehele Egyptische volk bij elkaar en kan alleen maar worden getrotseerd door één enkele andere leider die een geheel ander volk mobiliseert, bijvoorbeeld Mozes die de joden naar het beloofde land leidt. Het oudste en beroemdste leiderschapsdrama.

Orde. Legitimiteit en hiërarchie. De traditionele overheidsorganisatie. Afspraak is afspraak. Controle. Stabiele omgeving. Reinheid, rust en regelmaat. Handhaving. De magistraat. Gevaar van verstikking. Het sociale contract. De Leviathan. Het individu offert een deel van zijn vrijheid op ter wille van de volkssoevereiniteit en de legitieme macht van de koning die zijn legitimiteit ontleent aan zijn vermogen een einde een einde te maken aan de burgeroorlog.

Succes. Willen scoren en uitblinken. In ieder geval binnen en voor de eigen groep. Projecten. Kansrijke omgeving. Gaat ten koste van zwakkeren. Onvoldoende aandacht voor zichzelf en anderen. Individuele vrijheid begrepen als zelfstandig ondernemerschap.

Gemeenschap. Acceptatie en gelijkwaardigheid. Koning Arthur en de ronde tafel. Het poldermodel. Consensus en compromis. Laag tempo, geen leiderschap, conflicten vermijden. Individu past zich aan aan collectief; bestuurscredo: do’nt rock the boat.

Synergie. Complexiteit. Verschillende taken veronderstellen verschillende organisatie-aanpakken met verschillende managementstijlen. Leiderschap zonder dominantie maar met richting. Strategisch en intellectueel. Overzicht over instabiele omgeving. Risico van afstandelijkheid. Onberekenbaarheid en vrijblijvendheid. Onvoldoende aandacht voor onzekerheid en weerstand tegen veranderingen. De vrijheid van het individu als hoogopgeleide professional binnen of buiten de organisatie, dynamiek van de consultancy.

Holisme. Duurzame leefsystemen, globale netwerken. Als het roer niet om gaat, gaan we er allemaal aan. Zorg voor natuurlijke bronnen, onbaatzuchtig, onafhankelijk. Inspiratie en vergevingsgezindheid. Wijsheid, wereldorde, grootmoedigheid. Mandela, Obama, de paus en de dalai lama. Risico van onvoldoende realiteitszin.

De ontwikkeling gaat spiraalsgewijs (vandaar Spiral Dynamics) van simpele situaties naar complexe toestanden. Ieder hoger waardenstelsel impliceert de voorgaande. Geen holisme zonder overleven. Geen gemeenschap zonder macht en energie. Belangrijk is dat de leider al naar gelang de omstandigheden wordt gedreven door het passende waardenstelsel, zich bewust is van de verschillen tussen de verschillende stelsels en waar nodig de overstap van het ene stelsel naar het andere kan maken.

De universiteit als voorbeeld: de apenrots van met elkaar rivaliserende hoogleraren (kleur: rood), het ceremonieel rondom academische plechtigheden (kleur: blauw), het op succes en presteren  gerichte visitatie- en accreditatiestelsel (kleur oranje), het dienstbetoon van de  wetenschap aan de gemeenschap (kleur: groen), het vermogen van de wetenschap complexe problemen in een gefragmenteerde wereld te doorzien (kleur geel) en de verbinding van de wetenschapsbeoefening met  de holistische zorg voor het gehele leefsysteem (kleur: turkoois).

Het absolute

Mijn stelling is dat de filosofie van het Duitse Idealisme in het algemeen en die van Schelling in het bijzonder aan de basis staat van het holistische waardenstelsel en daar een bijzonder invulling aan geeft. Aan de hand van enkele door mij in het Nederlands vertaalde fragmenten van Schelling vertel ik iets over zijn filosofie en zal ik met name ingaan op Schellings filosofie van de vrijheid. Zo wil ik een bijdrage leveren aan deze Dag van de Filosofie 2010.

Voor Schelling was het geen vraag of het absolute bestaat. Voor hem bestaat het absolute gewoonweg en is het onvoorwaardelijke onvoorwaardelijk zijn uitgangspunt:

“De filosofie moet uitgaan van het absolute (das Unbedingte). De vraag is alleen waar het absolute ligt, in het ik of in het niet-ik. Wanneer men over deze vraag een besluit heeft genomen, is alles besloten. Het hoogste principe van alle filosofie is voor mij het zuivere, absolute ik, dat wil zeggen het ik voor zover het alleen maar ik is, zonder dat het door objecten wordt beperkt of objecten tot vooronderstelling heeft (bedingt), maar door vrijheid wordt gesteld. Het A en O van alle filosofie is vrijheid.” (3)

Opgave van het denken is nu dit absolute te zien, te begrijpen hoe men zich tot dit absolute verhoudt en op basis van dit absolute naar de werkelijkheid gaan kijken. Het ik is niet almachtig ook al is het geweldig een ik te zijn en zich op basis van het ik naar de hoogste toppen van de speculatie te bewegen. Schelling begrijpt heel goed dat het ik niet almachtig is maar gevoed wordt door fantasieën die het willen doen geloven dat het alles te vertellen heeft. De dood is datgene, waardoor wij het meest radicaal worden geconfronteerd met onze eindigheid en beperktheid, maar toch heeft Schelling oog voor ons onbewuste verlangen naar de dood. Schelling ziet heel goed dat wij vaak aan de gedachte van de dood aangename gevoelens kunnen ontlenen omdat wij ons voorstellen dat wij als wij dood zijn er toch nog zijn:

“Met de gedachte aan dood en niet-zijn verbinden wij vaak aangename gevoelens. Wij veronderstellen dat wij van dit niet-zijn kunnen genieten, dat ons zelf zal blijven voortbestaan zelfs wanneer wij er niet meer zijn. Omgekeerd verbinden wij gevoelens van plezier aan de gedachte er niet meer te zijn.” (4)

Het absolute heeft alles met de dood te maken. Wanneer wij ons voorstellen dat wij alles in één oogopslag kunnen aanschouwen en zo het leven en de dood samen in één beeld kunnen omvatten dan wordt het begrijpelijk dat voor Schelling het samenvallen met het gehele zijn, de versmelting met alles wat leeft en dood is een soort totaliteitsgevoel inhoudt dat lijkt op de dood en dat “wij ontwaken uit de intellectuele aanschouwing als uit de toestand van de dood. “(5) Ruimschoots voor Freud is Schelling de ontdekker van het onbewuste en van de doodsdrift.

Het geheim van het leven

Wanneer de intellectuele aanschouwing alles omvat, omvat het naast het leven ook de dood als iets dat nu eenmaal onlosmakelijk met het leven verbonden is.  Dat klinkt nogal beklemmend en dat is het ook. De intellectuele aanschouwing kan ons verpletteren en het zwijgen opleggen  als zij niet op een artistieke manier vorm krijgt. De kunst moet er voor zorgen dat de ervaring van oorsprong en totaliteit van het zijn gestalte krijgt en het denken een beeld voor ogen krijgt waardoor het ik niet alleen met het absolute kan communiceren maar het ook op afstand kan houden zonder er door verzwolgen te worden. Holisme is geen onschuldige aangelegenheid, voor je het weet verdrink je in je eigen samenvallen met de wereld. Het gaat niet alleen om versmelting, men moet ook grenzen kunnen stellen, contour aan kunnen nemen en afstand kunnen nemen ten opzichte van waar je van houdt:

“Het geheim van het leven is synthese van het absolute met de begrenzing. Het hoogste in de wereldbeschouwing dat wij ter volkomen bevrediging nodig hebben is:  hoogste leven, vrijste, eigenste bestaan en werken zonder benauwenis of begrenzing door het absolute.  Het absolute biedt geen menigvuldigheid.  In zover is het voor het verstand een absolute, bodemloze leegte.  Leven is er alleen in het bijzondere. Maar leven en menigvuldigheid, of in het algemeen bijzonderheid zonder beperking door het gewoonweg ene,  is oorspronkelijk slechts door het principe van de goddelijke verbeeldingskracht of in de afgeleide wereld slechts door de fantasie mogelijk, die het absolute met de begrenzing samenbrengt en in het bijzondere de gehele goddelijkheid van het algemene vormt. Daardoor wordt het universum bevolkt, volgens deze wet stroomt vanuit het absolute als het eenvoudigweg ene, het leven de wereld in. Volgens dezelfde wet wordt het universum  in de reflectie van de menselijke verbeeldingskracht tot een wereld van de fantasie gevormd, waarvan de wet geheel en al absoluutheid in de begrenzing luidt. Wij verlangen zowel voor de rede als voor de verbeeldingskracht dat niets in het universum bedrukt, beperkt of ondergeschikt is. Wij eisen voor ieder ding een bijzonder en vrij leven. Alleen het verstand maakt ondergeschikt, in de rede en in de verbeeldingskracht is alles vrij en beweegt zich in dezelfde ether zonder gedrang en wrijving. Want ieder is voor zichzelf weer het geheel. “ (6)

Opnieuw zien wij hoe belangrijk vrijheid voor Schelling is. Niet alleen mogen de mensen het niet benauwd krijgen, ook de dingen hebben recht op hun eigen aard en een vrij leven. Daarvoor zorgt de kunst. Het is alsof men Joseph  Beuys hoort praten, en inderdaad is het dit denken van Schelling dat zo veel invloed heeft gehad op de moderne kunst. Schelling deelt met de avant-garde de opvatting dat men het wezen van de dingen moet laten zien voorbij het alledaagse verstand en moet kijken wat zij buiten het nuttige  gebruik om werkelijk voor zichzelf zijn. Voor Schelling blijft de kunst van het begin tot het einde van zijn denken een gelijkwaardige gesprekspartner van de filosofie, en Schelling is voor ons nog steeds actueel voor zover kunst voor ons actueel is die probeert ons in contact te brengen met het absolute, met de vrijheid die wij zelf zijn en die wij delen met de dingen en de natuur. (7)

De voor altijd onoplosbare rest

Schelling doet dus een beroep op de kunst om los te komen van de beperkingen van het verstand en het alledaagse denken. Het gaat er om te zien dat het wezen van de dingen niet door het verstand maar door de kunst wordt zichtbaar gemaakt en je te sensibiliseren voor de ervaring van het geheel dat meer is dan de optelsom van de delen en dat anders dan bijvoorbeeld Hegel denkt niet kan worden gevat door het  te begrijpen: “ De gehele wereld ligt als het ware in de netten van het verstand en de rede maar de vraag is hoe zij in dit vangnet is terecht gekomen omdat er in de wereld wel  meer is dan het alleen maar redelijke, ja iets dat verder streeft dan deze beperkingen. “ (8) Anders dan voor Hegel is voor Schelling het zijn athetisch en transreflexief. Het komt niet tot stand door het te stellen en het gaat niet op in de beweging van de reflectie maar blijft zich daar aan onttrekken. Er is altijd een chaos die niet kan worden geordend en die de rede confronteert met haar beperkingen terwijl de kunst haar als verheven chaos kan weergeven en zichtbaar kan maken.

Vrijheid heeft alles met die chaos van doen want regels zijn niet oorspronkelijk:

“Na de eeuwige daad van de zelfopenbaring is namelijk in de wereld zoals wij haar thans zien, alles regel, orde en vorm; maar altijd ligt nog in de grond het regelloze, als zou het eens weer kunnen doorbreken, en nergens schijnt het  als zouden orde en vorm het oorspronkelijke zijn, maar integendeel als zou een aanvankelijk regelloos iets tot orde zijn gebracht. Dit is aan de dingen de ongrijpbare basis van de realiteit, de voor altijd onoplosbare rest (der nie aufgehende Rest), dat wat zich met de grootste inspanning niet in het verstand laat oplossen maar eeuwig in de grond blijft. Uit dit verstandloze is in eigenlijke zin het verstand geboren. Zonder dit voorafgaande duister bestaat er geen realiteit van de creatuur; duisternis is haar noodzakelijk erfdeel.” (9)

Dit is zonder twijfel de meest geciteerde passage uit Schellings werk en men kan een heel leven mediteren over wat hier staat. Voor Schelling eerder nog dan voor Schopenhauer en Nietzsche is het zijn wezenlijk willen, op weerstanden botsen en ze overwinnen. De macht van de rede is beperkt en het geheim van ons bestaan gaat ons te boven. Het is niet zo dat wij alles kunnen kennen en op basis van onze kennis alles kunnen beheersen. Er blijft altijd een rest over waarvan wij niet weten wat zij betekent. Maar vanuit die rest komt onze vrijheid. Vrijheid is niet alleen een kwestie van vrije wil maar ook van goed en kwaad. Het kwaad is volgens Schelling dat je probeert de voorwaarden waaronder je bestaat in je eigen hand te krijgen en de wereld alleen maar wilt zien vanuit de overmacht van het eigen ik, het eigen belang  en het egoïsme. Goed is iedere poging de rest te vergeestelijken en in de natuur een ik aan het werk te zien dat er om vraagt op hetzelfde niveau te worden behandeld als wij ons zelf en elkaar behandelen. Het gaat om holisme, om zorg voor het geheel. Ten opzichte van de ecologische en andere uitdagingen waarvoor wij nu staan is er geen betere coach denkbaar dan Schelling. Hij leert ons in vrijheid verantwoordelijkheid te nemen voor de samenleving en de natuur in onderlinge samenhang en als één geheel.

Samenvatting

Laat ik samenvatten tot waar we nu zijn gekomen. Spiral Dynamics is een managementtool dat je kunt gebruiken om gedrag van mensen beter te begrijpen. Mensen handelen op grond van wat zij denken. Hun denken wordt aangestuurd door de waarden die in hun leven de doorslag geven omdat die waarden het beste antwoord geven op de omstandigheden waaronder zij leven en hun werk doen. Er zijn verschillende waardensystemen. Holisme is het best doordachte en het meest omvattende  waardensysteem. Holistisch ingestelde leiders onderscheiden zich door hun vermogen organisaties op een hoger plan te tillen door in vrijheid verantwoordelijkheid te nemen voor de natuur en  de maatschappij in hun onderlinge samenhang en als een geheel.

Mijn stelling luidt dat de filosofie van Schelling aan de basis staat van het holistische waardenstelsel en daar een bijzondere invulling aan geeft. Schelling pleit niet alleen voor de vrijheid van de mens, hij pleit ook voor de vrijheid van de dingen en de natuur. Wanneer hij zegt dat niet alleen het ik alles maar ook alles ik is, heeft Schelling de sleutel in de hand om op een nieuwe manier naar de natuur te kijken en het ecologische bewustzijn filosofisch te funderen.  De filosofie van Schelling kan helpen een betere leider te worden omdat deze filosofie vrijheid beschouwt als het wezen van alle mensen en dingen, en het menselijke bestaan richt op de verwerkelijking daarvan.

Noten

1.

Einleitung in die Weltalter, geciteerd en vertaald naar Schelling, keuze en inleiding door Michaela Boenke, voorwoord door Peter Sloterdijk, München 1995 (in de reeks Philosophie jetzt!, p. 374-375. Boenke geeft een goede inleiding tot Schelling, helaas zitten er veel drukfouten in haar bloemlezing uit Schellings werk.

2.

Egbert L. Kinds: De Hearthunter. Gids voor waardengedreven leiderschap, Schiedam 2000, p. 13. Vgl. ook Don Edward Beck & Christopher C. Cowan: Spiral Dynamics. Mastering values, leadership and change, Oxford 1996. Voor handige schema’s met de kleuraanduiding van de verschillende waardensystemen zie de website van adviesbureau De Boer & Ritsema van Eck, een specialist op dit terrein.

3.

Schelling aan Hegel  4.2.1795, Boenke, p. 78.

4.

Philosophische Briefe über Dogmatismus und Kriticismus (1795), Achter Brief, Schellings Werke, bezorgd door Manfred Schröter I, 244.

5.

T.a.p. p. 249.

6.

Philosophie der Kunst (1802-1803), Boenke 235-236.

7.

Anders dan voor Hegel is voor Schelling de rede niet voltooid en de tijd van de kunst niet voorbij. Vgl. Beat Wyss: Trauer der Vollendung. Von der Ästhetik des Deutschen Idealismus zur Kulturkritik an der Moderne, p. 144. München 1989.

8.

Münchner Vorlesungen zur Geschichte der Philosophie,  Boenke, p. 353.

9.

Schelling: Über das Wesen der menschlichen Freiheit, met inleiding en verklarende noten door Horst Fuhrmans, Stuttgart 1977, p. 72.

Advertenties