Nog even en je huis zal je verraden

Bij Martin Pot: Home in a Hybrid World

Ik lees graag Die Zeit. Deze week een artikel over een referendum waarbij inwoners van Berlijn de socialisering van woningen eisen. Men wil speculanten onteigenen om te voorkomen dat arme mensen worden gedwongen te verhuizen om plaats te maken voor rijke bewoners. Zo ver is het al gekomen met een stad die nog niet zo lang geleden betaalbaar was voor iedereen. Ongeacht hoe het afloopt, dit probleem speelt intussen overal in Europa en ook in Nederland waar de woningmarkt is vastgelopen en voor velen ontoegankelijk is geworden. Pot verwijst onder andere naar de kritiek van de Verenigde Naties op het woonbeleid in Rotterdam.

Maar niet alleen de markt ook de virtuele wereld bedreigt het wonen. Wat is privacy wanneer je niet de eigenaar bent van je eigen data, die data ongeremd worden gebruikt voor commercieel gebruik en wanneer je wordt bewaakt door camera’s in de stad. Volledige transparantie maakt van de mens een glasachtig lichaam en domotica bergt het gevaar in zich dat je huis vroeg of laat een verrader van je wordt.

Martin Pot vraagt zich af wat wij hieraan kunnen doen en beantwoordt die vraag met onderzoek naar flexibel en modulair wonen. Hij laat zich daarbij inspireren door de historische avant-gardes, maar vooral door Constants New Babylon. Waarom komt er geen 6e Nota Ruimtelijke Ordening met een visie op de toekomst, gebaseerd op dit verleden? Iedereen zegt te wachten op een nieuwe visie, maar er gebeurt niets.

Pot doet een dappere poging het debat vlot te trekken. Zijn boek zit vol onverwachte gezichtspunten en pittige provocaties. En er zijn prachtige citaten. Een kleine greep:

“Mijn huis is doorzichtig, maar het is niet van glas. Het is meer van stoom. De muren trekken samen en breiden zich uit zoals ik het wil. Soms sla ik ze dicht om me heen als beschermend pantser. Maar soms laat ik de muren van mijn huis bloeien in hun eigen ruimte die oneindig kan worden uitgebreid.” (Bachelard XV)

“Wij moeten opnieuw leren wonen.” (Derrida 59)

“Wonen krijgt een nieuwe betekenis.. Het gaat niet meer om het parkeren van je botten in architectonisch omlijnde ruimtes, maar om het aansluiten van je zenuwstelsel aan elektrische organen. Je kamer en je huis worden deel van jezelf, en jij wordt deel van hen.”(Mitchell 64)

“Nog even en je huis zal je verraden.” (Koolhaas 69)

Erg mooi is hoe Pot wil aansluiten bij Eisenman, en ervan af wil zien specifieke plekken voor specifieke personen te ontwerpen. Wij zijn nomaden en daarmee is niets mis. Wij hebben flexibele structuren nodig waarin wij aansluiting kunnen vinden bij elkaar en bij open technologieën waarbij iedereen kan meedoen. Arbeid begint te verdwijnen en is niet meer doorslaggevend voor ons leven, een basisinkomen komt dichterbij. En daarmee komt ook Constants New Babylon in het vizier: vrijheid, leven zonder normen, conventies en tradities. De publicatie van Mark Wigley en de tentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum over Constant zijn niet voor niets geweest. Pot wil Constant oppakken met gestandaardiseerde en geprefabriceerde modules die men naar wens kan assembleren en flexibel inzetten. En als de tijd daar is weer kan verwijderen en hergebruiken. De industriële vertaling van Constant is Pots voorstel om de woningnood zowel fysiek als intellectueel op te lossen.

Pot is duidelijk uitgekeken op de nuchterheid van de markt en de theorievijandigheid van de politiek. Met Huxley zegt hij: “Ik wil geen comfort, ik wil poëzie, ik wil gevaar, ik wil vrijheid, ik wil goedheid, ik wil zonde.” (91) Beter kun je het niet zeggen.