Het project van de totale controle

Zijn we met het onderwijs niet in het project van de totale controle terecht gekomen? Wat moet ik denken van ouders die dagelijks in Magister kunnen zien of hun kind op school is geweest, welke cijfers het heeft gehaald, en wat voor huiswerk er is opgegeven? Hebben kinderen geen recht meer op privacy en zijn de docenten onderwijsinspecteurs geworden?

 

Zulke vragen zijn gek in Nederland. Niemand stelt ze. Het is net zoals de poortjes die  op de Nederlandse stations zijn geïnstalleerd en die alleen maar open gaan als je de juiste chipkaart bij je hebt.

 

Wat voor mensbeeld ligt ten grondslag aan dit soort ontwikkelingen? Toch vooral de gedachte dat als je niet controleert alles mis gaat, en dat vrijheid op de eerste plaats iets is, waar misbruik van wordt gemaakt. Men is bang geworden en wil zo veel mogelijk risico’s uitsluiten.

 

Het is heel anders geweest. Als ik mijn eigen schooltijd vergelijk met die van nu, dan waren wij veel vrijer en kregen wij veel meer ruimte om te experimenteren. De alziende Magisterblik bestond nog niet, en ook de docenten waren niet op de eerste plaats gericht op beheersing en controle maar op vertrouwen en inspiratie.

 

Vertrouwen is een geschenk dat we niet meer bereid zijn elkaar te geven. We zijn onderweg naar een wereld die zich instelt op het worst case scenario. Op veel scholen hangt altijd een soort paniek in de lucht. Het meest gehoorde argument luidt: “Als we dit niet doen, dan…” Dat is geen fijne denkvorm als je wilt dat er een helder onderscheid is tussen discussie en beslissing, en wanneer je wilt dat besluitvorming democratisch verloopt.

 

Wat is er met docenten gebeurd dat zij deze manier van denken als standaard hebben geaccepteerd? Wat heeft hen ertoe gebracht afstand te doen van een school waarin het op de eerste plaats om studeren gaat, en waarin je door te leren wordt wie je bent? Hoe is het mogelijk dat ze zo veel vergaderen en zoveel administratieve taken op zich hebben willen nemen? Waar komt dit conformisme toch vandaan?

 

Wij moeten terug naar het inzicht dat docenten de identiteit van de school bepalen, en dat zij als eersten aan zet zijn wanneer het om het onderwijs gaat. En daarom dient persoonlijke aandacht voor de docent de hoogste prioriteit te zijn in het managementconcept van de school.

 

Daar zijn we wel ver van verwijderd. Want zoals leraren leerlingen controleren, zo controleren managers docenten. Managers in het onderwijs zouden iets heel anders moeten doen. Zij zouden meer oog moeten hebben voor individuele vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid van docenten, en zij zouden een studieus klimaat moeten scheppen waarin docenten door kunnen groeien in hun vak.

 

Centrale vraag in personeelsgesprekken zou moeten luiden: “Hoe kan ik jou helpen jouw doelen te bereiken?” Managers moeten serieus gaan nadenken hoe ze docenten beter kunnen faciliteren. Dat is niet eens zo moeilijk: minder vergaderen en administreren helpt al een heel stuk.

 

Eric Bolle is filosoof en leraar Duits in het voortgezet onderwijs. Deze column verscheen eerder in Van 12 tot 18, december 2014, pag. 17.

 

Advertenties