Agamben en Witbrant Oost

Druk voor de inhoudsopgave van deze website op de zwarte knop helemaal rechts boven.

De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben (1942) besluit zijn beroemde boek Homo Sacer (1995) met enkele reflecties over architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening. Je kunt daarbij duidelijk merken dat hij de opvolger van Massimo Cacciari is geweest op de leerstoel filosofie aan het architectuurinstituut van de Universiteit van Venetië. Bij beide denkers gaat het om de filosofische grondslagen van de  architectuurkritiek, ongeacht of ontwerpers daar iets aan hebben of niet. Filosofie is in hun ogen niet bedoeld om tot betere ontwerpen te komen, maar om de ongereflecteerde vooronderstellingen bloot te leggen waarop het beroepsbeeld van de ruimtelijke disciplines berust. Daarmee proberen zij maatstaven te ontwikkelen voor de beoordeling van bouwwerken. Dialoog en omgang met architecten wordt daarbij eerder vermeden. Politiek en beleid worden zoveel mogelijk op afstand gehouden. In plaats daarvan gaat het om het blootleggen van historische conflicten en maatschappelijke spanningen die men aan ruimtelijke beslissingen kan aflezen.

Ik moet sterk aan dit type kritiek denken nu ik op mijn wandelingen in mijn directe omgeving de wijk Witbrant Oost heb ontdekt, een deel van de Vinex wijk Reeshof in Tilburg, naar een ontwerp van het in Brabant gezichtsbepalende en gezaghebbende architectenbureau Bedaux de Brouwer. Dit bureau ontleent terecht zijn prestige aan het subtiele evenwicht tussen modernisme en regionale architectuurtraditie waarin het uitblinkt.

Door de coronacrisis kan ik alleen maar wandelingen in mijn directe omgeving maken. Daarbij ontdek ik allemaal plekken en plekjes waarvan ik het bestaan nooit heb vermoed en die ik zonder die crisis nooit zou hebben ontdekt. Vanaf de spoorwegovergang bij de Warande volg ik het zuidelijke wandelpad richting Reeshof. Daarbij heb ik de spoorlijn aan mijn rechterhand. Links van het zandpad is er op een gegeven moment een opening tussen twee gedeeltelijk parallel lopende geluidswerende muren. Ik ga tussen die twee muren door en volg de opening. Die opening is een smal pad van een meter of vier tussen de muren. Een beetje eng en spannend, en ook de laatste schaduw die wij voorlopig zullen krijgen. De muren zijn begroeid met klimop en doen je vermoeden dat je in een soort Doornroosje kasteel terecht zult komen.  Op het eerste gezicht lijkt het alsof ik in een bos terecht kom, en even is dat ook werkelijk zo, maar opeens sta ik oog in een oog met een geheel nieuwe wijk die baadt in helder zonlicht bij strakblauwe hemel zoals wij die pas in coronatijd hebben leren kennen. Een magische, bijna sprookjesachtige ervaring. In ieder geval iets totaal onverwachts.

Dat heldere licht en die strakblauwe hemel in april en mei 2020. Iedereen geniet ervan, alleen ik lijk me weleens af te vragen of die hemel zich nog wel voor ons interesseert. Het lijkt wel alsof hij zich geheel van ons heeft afgewend.

De wijk Witbrant Oost bestaat uit straten met patiobungalows. Bij iedere bungalow horen twee onoverdekte parkeerplaatsen die in het perceel zijn geïntegreerd. Er is geen leven op straat. De mensen leven achter muren en hekken. Leven zij eigenlijk wel? Het is in ieder geval geen stedelijk leven. Het meest lijkt de wijk nog op een soort vakantiepark. De strakke eenvormigheid van de architectuur doet vermoeden dat de bewoners houden van conformisme. Alleen de automerken geven nog iets onderscheidends. Het heeft wel iets van de air conditioned nightmare waar Henry Miller het over heeft. Zoveel comfort, zo veel hygiëne, zo veel nietszeggendheid. 

Wonen hier de slaapwandelaars waar Hermann Broch het over heeft? Het ontbreken van ornamenten doet in ieder geval vermoeden dat nihilisme de toon zet, en dat de mensen zich hier niet meer bekommeren om de vraag of het leven zin heeft of niet. Laat staan dat zij het leven tot uitdrukking willen brengen of er vormen voor zoeken. Cultuur speelt hier geen enkele rol. Men is de levensvragen ontgroeid. Waarschijnlijk heeft men zijn succes daaraan te danken.

Waarom lijkt deze dure wijk (de bungalows doen 525.000) zo op een kamp? Ik herlees op het ogenblik Homo Sacer en vind hier het antwoord. Agamben confronteert ons met zijn inzicht dat niet de stad maar het kamp het paradigma van de moderne architectuur is. Het gaat niet meer om leven maar om overleven. Politiek is niet meer een kwestie van het parlement maar van het ziekenhuis. De mens is “een naakt dát in het niets van de wereld” (Heidegger). De enige manier om ergens bij te horen is uitgesloten worden. Je mag niet weg en je mag niet blijven. Wij zijn bereid alles op te geven als wij maar blijven leven. Zo zijn wij en Witbrant Oost maakt dat duidelijk.