Publicaties Eric Bolle
Boeken & Artikelen (Duits)
André Masson: Ein Mönch des industriellen Zeitalters, André Masson: Gesammelte Schriften II, Berlijn 2005, 38-43.
Die Bibliothek und die Gemeinschaft mit dem Buch, Rob Bruijnzeeld & Nicoline van Tiggelen (red.): Bibliotheken 2040. Die Zukunft neu entwerfen, Bad Honnef 2001, 74-78 (vertaling: Ute Klaassen).
Die Stadt zwischen dem Sozialen und der Technik, Zeitschrift für Ästhetik und allgemeine Kunstwissenschaft, 1997/1, 5-27.
Der Architekt und der Wille zur Macht. Das Problem der Technik in den Schriften von Ernst Jünger und Mies van der Rohe, Weimarer Beiträge 1992/3, 390-406.
Zwischen Mythos und Maschine. Ernst Jünger und die Stadt, Zeitschrift für Ästhetik und allgemeine Kunstwissenschaft, 1992, 65-82.
Masken der Abwesenheit. Zu zwei Gemälden von Jaap de Vries, Der Pfahl. Jahrbuch aus dem Niemandsland zwischen Kunst und Wissenschaft, III/1989, 231-236.
Die Kunst der Differenz. Philosophische Untersuchungen zur Bestimmung der Kunst bei Martin Heidegger, Friedrich Hölderlin, Paul Celan und Bram van Velde, Amsterdam 1988.
Tragödie und Differenz bei Hölderlin und Heidegger, Heinz Kimmerle (red.): Das Andere und das Denken der Verschiedenheit, Amsterdam 1987, 117-150.
Aus einer Verlegenheit eine Gelegenheit machen…Lyotards postmoderner Dialog zwischen Philosophie und Malerei, Zeitschrift für Ästhetik und allgemeine Kunstwissenschaft, 1987, 247-252.
Artikelen (Engels)
Existential Management, Critical Perspectives on International Business, 2006/3, 259-268.
The Philosophy Of Exile, Oase 68/2005, 5-21.
Antisocial Scenarios, Book for the Unstable Media, V2 ‘s-Hertogenbosch 1992, 17-29.
Dwelling in Absence. A Critique of Deconstructivism in Contemporary Architecture and Philosophy, Henk Oosterling & Frans de Jong (red.): Denken unterwegs. Philosophie im Kräftefeld sozialen und politischen Engagements. Festschrift für Heinz Kimmerle zu seinem 60. Geburtstag, Amsterdam 1990, 361-370.
Architecture and the Will to Power. The Problem of Technique in the Writings of Ernst Jünger and Ludwig Mies van der Rohe, Zeitschrift für Ästhetik und allgemeine Kunstwissenschaft, 1989/1, 119-130.
Boeken (Nederlands)
Filosofie & Leiderschap, Brussel 2011 (herziene en uitgebreide editie).
Filosofie & Leiderschap, Brussel 2005.
Lessen in ontheemding, Brussel 1993.
Tussen architectuur en filosofie, Brussel 1992.
De voor altijd onoplosbare rest. Dialektiek en differentie in Schellings filosofie van kunst & vrijheid, Amsterdam 1986.
In de straten van Cybergorsk, Amsterdam 1986 (in samenwerking met Leon Willigendael).
Afscheid van wat nooit geweest is, Groningen 1985.
Macht en verlangen. Nietzsche en het denken van Foucault, Deleuze en Guattari, Nijmegen 1981 (proefschrift).
Artikelen (Nederlands)
Economie en bureaucratie bij Giorgio Agamben, Filosofie & Praktijk 4|2011, 83-86.
Weerloos raad geven. Het engagement van Hölderlin opnieuw bekeken, Wijsgerig Perspectief 4/2010: Kunst & Engagement, 24-31.
“Wortelen in je eigen voetstappen.” Inleiding tot de poëzie van Adonis, Streven, januari 2008, 21-32.
Filosofie van de ballingschap, Oase. Tijdschrift voor architectuur, 68/2005, 5-21.
De stad, de media en de techniek, Jeanine Lambrecht & José Depuydt (red.): Ontsnapt architectuur aan zichzelf? Architectuur en deconstructie, Brussel 1996, 71-102.
Op de rand van de extase en de catastrofe. Julio Galán en Guillermo Kuitca, Metropolis M, 1990/4, 34-39.
Mythe en gemeenschap. Bataille en de jonge Hegel, Frans Geraedts & Leonard de Jong (red.): Ergo Cogito I, Groningen 1988, 16-29.
Wat hebben architectuur en filosofie met elkaar te maken?, Oase 15/1987, 24-31.
Subjektiviteit van de mislukking. Over de prozateksten van Botho Strauss, Duitse Kroniek, voorjaar 1982, 9-17.
Het einde van de identiteit. Sexualiteit en differentie bij Pierre Klossowski, Silling I, Delft 1982, 140-150.
Interviews en vertalingen
Michel Foucault: Nietzsche, de genealogie, de geschiedschrijving, in M.F.: Breekbare vrijheid, Amsterdam 2004, 81-109.
Massimo Cacciari: De klassieken van Mies, Archis 1/89, 42-51.
“Juist door hun falen strekken de grootste architecten tot voorbeeld”. Interview met Daniël Libeskind, Archis 8/89, 28-31 (in samenwerking met Hans van Dijk).
“Ik vind niet dat de aarde beschermd moet worden, alsof zij een kleine geheime tuin is.” Een gesprek met Paul Virilio, Museumjournaal 5&6/1988, 317-323 (in samenwerking met Wim Nijenhuis).
Uit de recensies van Filosofie & Leiderschap
“Een dichter moet erin slagen gevoelens te benoemen, een stem te geven aan de innerlijkheid en condities te scheppen voor vrijheid. Dat is ook de rol van een leider die zich ethisch engageert en de mens helpt om dichter bij zichzelf te komen en zich te redden uit verstening en machteloosheid. Bolle geeft hier prachtige aanzetten om het denken over leiderschap een nieuwe kleur te geven. Bolle heeft een aangename schrijfstijl zonder betutteling. Hij analyseert kritisch en brengt op vlotte wijze nieuwe verbanden aan. In alle managementopleidingen en nascholingscursussen voor leiderschap zou dit boek verplichte literatuur moeten zijn.” Willy Deckers in De Leeswolf
“In zijn essays verkent Bolle verschillende bronnen die leiders van nu – die geconfronteerd worden met legitimatieproblemen, verminderd gemeenschapsgevoel en andere postmoderne onzekerheden die ongekend managementleed kunnen veroorzaken – ter beschikking staan. Daarbij put hij rijkelijk en op originele wijze uit de traditie van de filosofie.” Lynsey Dubbeld in De Groene Amsterdammer
“Wie vastberaden is, heeft volgens Heidegger altijd tijd. En om die vastberadenheid gaat het Bolle. Want managers zijn er genoeg in Nederland, we hebben juist behoefte aan leiders. Autoritaire associaties zijn niet per se nodig; ook dichters kunnen volgens Bolle leiders zijn.” Maarten Meester in Filosofie Magazine
“Een bijna onwaarschijnlijk en zeer romantisch aandoend vertrouwen in de regeneratieve kracht van poëzie en filosofie. Een heroïsche poging om voor de filosofie een nieuw maatschappelijk belang te ontwerpen.” Arnold Heumakers in NRC Handelsblad
Uit de recensies van Tussen architectuur en filosofie
“Bolle schrijft over het algemeen helder, is zeer royaal in het introduceren en toelichten van het werk van uiteenlopende denkers en bouwmeesters. Terwijl hij dus ruimschoots voldoet aan didactische vereisten, slaagt hij er bovendien in een eigen positie in te nemen ten opzichte van de diverse besproken auteurs. Ook dat is, zeker in de Nederlandse filosofie, uitzonderlijk, vooral wanneer je rekening houdt met het gegeven dat Bolle wel degelijk zwaar leunt op met name de Heideggeriaanse erfenis. Toch heb je nooit het gevoel de zoveelste Heidegger-exegese of erger nog: Heidegger-toepassing te lezen. Integendeel, de auteur maakt je deelgenoot van een open gesprek met uiteenlopende denkers, waarin zijn eigen positie allengs profiel krijgt. Het gaat kortom om een waardevolle bijdrage aan het debat op het grensvlak van architectuur en filosofie, die het vooral verdient als uitgesproken stellingname serieus te worden genomen.” René Boomkens in Krisis







