Perniola en het programma van de discretie
Recensie van Mario Perniola: Wider die Kommunikation, Berlijn 2005
Mario Perniola is in Nederland en Vlaanderen niet onbekend, want al eerder verscheen een Nederlandse vertaling van zijn indringende overzicht over de esthetica van de twintigste eeuw.(1) Onlangs verscheen in Duitse vertaling een kleine studie van groot belang. Perniola lanceert in Wider die Kommunikation de these dat uitgerekend datgene, waarvan wij het herstel van de verhoudingen tussen mensen verwachten, zelf de bron van de verstoring is. Terwijl iedereen zijn heil verwacht van de communicatie, zegt Perniola dat juist de communicatie de bron van alle kwaad in onze wereld is, en dat alleen het kunstfilosofische denken kan helpen dit kwaad te overwinnen.
Perniola geeft ongeremd lucht aan zijn gevoelens wanneer hij stelt dat de Europese cultuur er niet meer toe in staat is werkelijk grote en belangrijke mensen te waarderen en te bewonderen. Aan de basis van het Europese denken staat de gedachte dat de mens iets bijzonders is, en dat bijzondere mensen het verdienen geacht en gerespecteerd te worden. Dit is een opvatting waarover men tegenwoordig de schouders ophaalt. In Perniolas eigen woorden:
“Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat er in Europa geen bijzondere mannen en vrouwen meer zijn. Ik wil wel zeggen dat in Europa de maatschappelijke, politieke en culturele voorwaarden zijn verdwenen die het mogelijk maken hun prestaties te erkennen. Nauwelijks wordt ergens iets voortreffelijks of een voortreffelijk iemand zichtbaar of iedereen zweert met elkaar samen om hen te vernietigen door ze dood te zwijgen of ze belachelijk te maken. Dit afschieten van de besten begint al bij de systematische verwoesting van alle scholen en onderwijsinstellingen.”(2)
Deze sterk door Nietzsches analysen van het ressentiment gekleurde kritiek van de nivellering klinkt ook door in Perniolas kritiek van het human ressource management en de opvatting van opleiding en scholing als investering in menselijk kapitaal. Europa is er tot op heden niet in geslaagd het nihilisme te verwerken en heeft nog steeds geen antwoord op de waardenkrisis die de huidige cultuur kenmerkt. Nergens wordt dat zo duidelijk als in de communicatie. De communicatie ontbindt de symbolische structuur die het mogelijk maakt mensen te erkennen en te bewonderen.
Het rancuneuze karakter van de communicatie, haar onbeteugelde verlangen alles naar beneden te halen, blijkt niet alleen uit haar behoefte aan schandalen en onthullingen, maar ook uit haar streven nooit iets duidelijk te zeggen. Zij zegt altijd iets en ook zijn tegendeel. Door de ene sensatie op de andere te stapelen slaagt zij erin de massa’s in voortdurende staat van machteloze opwinding te houden. Nieuwe ideeën en ervaringen krijgen nauwelijks kans zich in rust te ontwikkelen en te rijpen, maar worden nog voordat ze goed en wel in argumenten zijn uitgerijpt verstikt in een overdaad aan geringschattend geklets. Langs deze weg is de wereld van de communicatie op dit moment bezig de ontwikkeling van de kennis, van de cognitieve maatschappij en van het aan de orde stellen van de waardenkrisis te beletten.
Dit alles leidt tot verstoorde verhoudingen. De kloof tussen politici en kiezers, tussen bestuurders en intellectuelen, tussen kunstenaars en publiek, tussen mensen die leiding geven en mensen die leiding ontvangen wordt steeds dieper. In Perniola’s eigen woorden:
“Tegen de cognitieve maatschappij wordt het communicatieve despotisme in stelling gebracht, dat wil zeggen een strategie met de bedoeling niet alleen professoren, wetenschapsmensen en journalisten onder het juk te brengen maar ieder soort intellectuelen en specialisten met aanspraak op autonome legitimatie (rechters, hoge ambtspersonen uit het openbaar bestuur, directeuren van ziekenhuizen en zorginstellingen, alle experts met een eigen hun professie sturende beroepsethiek). Toch kan het communicatieve despotisme niet zonder professionele, wetenschappelijke en bureaucratische competenties op het geëigende niveau. En waarschijnlijk zal het communicatie-universum hierop stuk lopen want deze competenties ontstaan, ontwikkelen en vernieuwen zich alleen maar in onafhankelijkheid en vrijheid.”(3)
Misschien zal niet iedereen Perniola’s bittere argumentatie en zijn verwijzingen naar de filosofie van Nietzsche en van talrijke andere denkers kunnen volgen, velen zullen wel zijn diagnose onderschrijven dat er nog maar weinig wordt gedebatteerd over belangrijke culturele vraagstukken. De communicatie zegt altijd tegelijkertijd iets en het tegendeel ervan. Het is moeilijk geworden hypothesen te formuleren waar je ja of nee tegen kunt zeggen. Hierdoor verzanden discussies in genuanceerdheid en worden belangrijke beslissingen over de ontwikkeling van onze maatschappij opgeschort. Het communicatie-universum verstoort de verhoudingen.
Perniola wil met behulp van het esthetische denken de verhoudingen tussen de mensen herstellen. Wat is nu Perniola’s esthetische denken en hoe slaagt het erin het communicatieve denken te omzeilen en er een alternatief voor te bieden? Om te beginnen is het van belang dat Perniola’s begrip esthetica zich niet beperkt tot de wereld van de kunst en de kunstenaar:
“Het culturele kapitaal van een wetenschappelijke onderzoeker, van een bureaucraat, van de vrije beroepsuitoefenaar, van een docent richt zich naar dezelfde criteria die ook de vorming van het esthetische kapitaal van een kunstenaar bepalen: hun status berust op een belangeloze habitus die juist daarom om erkenning en schadeloosstelling vraagt omdat zij afziet van economische belangen. Een maatschappij die niet langer bereid is het belangeloze geschenk van haar onderzoekers, bureaucraten, vrije beroepsbeoefenaren, docenten en kunstenaars te beantwoorden is gedoemd ten onder te gaan, net zoals een familie, een kerk of een vriendschap die uitsluitend functioneert op basis van economische onderhandelingsresultaten.”(4)
Het esthetische denken brengt het vermogen terug mensen te erkennen en te bewonderen, en hun prestaties te erkennen en te waarderen. Perniola ontwikkelt wat ik zou willen noemen een programma van de discretie. Discretie is het trefwoord om de habitus te benoemen die als beste ertoe in staat is de menselijke verhoudingen te herstellen.(5)
Discretie is ten eerste het vermogen dingen te onderscheiden, prioriteiten te stellen, rangordes te doorzien en de juiste beslissingen te nemen. Ten tweede betekent discretie het respecteren van grenzen, het in acht nemen van de juiste afstand, het stichten van vertrouwen, het onderhouden van vertrouwelijkheid, en de kunst er waar nodig het zwijgen toe te doen. Ten derde betekent discretie de bevoegdheid naar eigen goeddunken te handelen, zelfstandig beslissingen te kunnen nemen en waar nodig met raffinement en finesse op te treden.
Perniola heeft gelijk wanneer hij stelt dat er wel geen groter verschil denkbaar is tussen de wereld van de discretie en de wereld van de communicatie. Ik denk niet dat Perniola met dit programma van de discretie het Europese nihilisme kan overwinnen, maar ik vind wel dat hij met dit programma de sleutel heeft om de menselijke verhoudingen te herstellen en de dingen heeft benoemd die wij zo hard nodig hebben wanneer wij met plezier ons werk willen doen en daarbij aandacht willen besteden aan de helden van de geest..
Noten
1
Mario Perniola: De esthetica van de twintigste eeuw, Brussel 1998. Zie ook Mario Perniola’s persoonlijke website.
2
Mario Perniola: Vom Zustand Europas. Die Verachtung der Qualität und die kommenden Konflikte, Lettre international – Europas Kulturzeitung 49.
3
Mario Perniola: Wider die Kommunikation, 30.
4.
Mario Perniola: Wider die Kommunikation, 72.
5
Bij het programma van de discretie grijpt Perniola terug op het denken van Baltasar Gracián en van de Spaanse barok. Vgl. Mario Perniola: Ekel. Die neuen ästhetischen Tendenzen, Wenen 2003, 25-37 en 71-87.
Graciáns El Discreto verscheen in 1646. Een Duitse vertaling verscheen onder de titel Der kluge Weltmann (El Discreto), Frankfurt a.M. 1996.